KB Lux-dossier

Kort geding inzake verbod verhoor KB Lux-ontkenner

In FutD 2004-1032 berichtten wij over de zogenoemde "laatste-kansbrief" van de Belastingdienst waarin de "zwijgers" en "ontkenners" in de KB Lux-affaire werden geconfronteerd met een laatste dreigement tot het geven van informatie in ruil waarvoor een korting van 25% op de boete wordt gegeven. In deze brief dreigde de inspecteur nogmaals met de in de artikelen 68 en 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen opgenomen strafbare feiten van het niet-verstrekken van inlichtingen ter zake waarvan een proces-verbaal kan worden opgemaakt. Op 8 september 2004 liet de staatssecretaris middels een persbericht weten dat de komende weken (ongeveer honderd) belastingplichtigen worden gehoord wegens het niet-verstrekken van opgevraagde informatie over buitenlandse tegoeden (zie FutD 2004-1622). Inmiddels hebben vele betrokkenen al een uitnodiging voor verhoor als verdachte op het politiebureau ontvangen. Daarbij wordt aangegeven dat niet-verschijnen op de afgesproken tijd kan leiden tot aanhouding van de verdachte.

Advocaat de heer Bharatsingh uit Hilversum heeft namens een cliënt die van meet af aan heeft ontkend over een rekening bij de KB Lux te beschikken en die (telefonisch) werd opgeroepen voor verhoor, in kort geding voor Rechtbank Den Haag een verbod inzake het verhoor gevorderd. De zitting vond plaats op 15 september 2004 en de President van de Rechtbank zal woensdag 22 september 2004 uitspraak doen. De belangrijkste punten uit het pleidooi van de heer Bharatsingh zijn de volgende:

  1. Het aankondigen van strafvervolging is in strijd met het una via-beginsel en in strijd met de door mevrouw Neppérus namens de staatssecretaris ondertekende brief van 28 mei 2002 (zie FutD 2002-1288 en FutD 2003-1500), waarin staat dat in het kader van het rekeningenproject in het algemeen geen sprake is van een strafrechtelijk vervolgtraject na een bestuursrechtelijke start van het onderzoek. De Staat heeft ervoor gekozen de belastingplichtige te straffen met een boete van 100% via een administratiefrechtelijke weg, zodat de strafrechtelijke weg is afgesloten. Volgens de advocaat is sprake van een samenhangend feitencomplex, zodat de Staat niet een deel - namelijk het niet doen van de juiste aangifte - via het administratiefrechtelijke traject kan afhandelen en een ander deel - het niet voldoen aan de inlichtingenplicht - via het strafrechtelijke traject.
  2. Het aankondigen van strafvervolging is in strijd met het ne bis in idem-beginsel. De materiële belastingschuld is reeds met boeten van 100% geformaliseerd in navorderingsaanslagen, zodat de Staat geen belang meer heeft bij het ontvangen van informatie en op grond van een arrest van de Hoge Raad van 10 februari 1988 (zie FutD 1988-0194 met ons commentaar) mag ook niet meer om informatie worden gevraagd, aangezien tegen de navorderingsaanslagen reeds beroep is aangetekend. Het vragen om informatie is slechts aan te merken als détournement de pouvoir, en dus onrechtmatig.

De landsadvocaat stelt zich op het standpunt dat het vervolgingsbeleid is onttrokken aan het oordeel van de rechter, tenzij vervolging in strijd is met het ongeschreven recht of de beginselen van behoorlijk procesrecht. Dat is volgens hem niet aan de orde, zodat de eis zijns inziens moet worden afgewezen.

De president in kort geding schortte de verhoren op tot het tijdstip waarop het vonnis wordt gewezen. (Opvallend is dat in het persbericht van 8 september 2004 (zie FutD 2004-1622 met ons commentaar wordt aangekondigd dat de Belastingdienst de KB Lux-zwijgers zal gaan verhoren en dat de eerste de beste procedure over het verhoren in de KB Lux-affaire nu juist een ontkenner betreft. Wordt vervolgd…, -red.)

Processtukken kort geding 15-9-2004 (Fida 20043115)