Met verwijzing naar andere KB Lux-zaken was niet voldaan aan stelplicht
Toen weduwe X de vragen van de inspecteur over een door haar aangehouden rekening bij de KB Lux onbeantwoord liet, werden aan haar over 1992 tot en met 2000 navorderingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd met boeten van 75%. De navorderingsaanslagen waren berekend naar geschatte bedragen. Mevrouw X ging in beroep en riep alle formele gronden in die in andere procedures met betrekking tot KB Lux-rekeningen waren aangevoerd. Uit een door mevrouw X overgelegd tijdschriftartikel "Gestolen goed gedijt niet, gestolen informatie evenmin" van S. Bharatsingh, kon de Rechtbank wel enige standpunten destilleren over de door mevrouw X bedoelde standpunten, maar de Rechtbank verwierp deze standpunten onder verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad van 21 maart 2008 (zie FutD 2008-0608 met ons commentaar). Vervolgens besliste de Rechtbank dat de bewijslast moest worden omgekeerd, omdat mevrouw X niet had voldaan aan de inlichtingenplicht. Ten aanzien van de hoogte van de correcties stelde de Rechtbank vast dat de inspecteur de navorderingsaanslagen over de jaren 1992 tot en met 1994 had berekend op basis van een geschat inkomen vóór navordering van telkens f 25.000, omdat geen van de partijen in staat waren dit belastbaar inkomen te reproduceren. De Rechtbank vond dat de inspecteur inzichtelijk uiteen had gezet op grond waarvan hij tot het geschatte inkomen vóór navordering van f 25.000 was gekomen. De Rechtbank verwierp de stelling van mevrouw X dat de rente niet door haar was genoten, maar door de man met wie zij na het overlijden van haar echtgenoot samenwoonde. De Rechtbank was het met de inspecteur eens dat een rekeninghouder normaal gesproken gerechtigd was tot het volledige saldo en de rente op een rekening, ook bij een en/of-rekening. Als mevrouw X meende dat dat in dit geval anders was, moest zij dat bewijzen, zeker omdat sprake was van omkering van de bewijslast. Tot slot besliste de Rechtbank ten aanzien van de boeten dat deze met 20% moesten worden verminderd in verband met een overschrijding van de redelijke termijn.
Rechtbank Haarlem 30-6-2008, nr. 05/1761 (Fida 20082628)