KB Lux-dossier

RC concludeert tot beperkte kennisname microfiches KB Lux

X en Y gingen in beroep tegen aanslagen inkomstenbelasting 2002 en 2003 met boeten, die waren opgelegd, omdat zij volgens de Belastingdienst een bankrekening bij de KB Lux zouden hebben aangehouden. Zij verzochten om overlegging van de prints van alle microfiches zoals die door België aan Nederland ter beschikking waren gesteld. De meervoudige kamer van Rechtbank Haarlem droeg de rechter-commissaris (RC) op te beoordelen welke uit België afkomstige informatie moest worden aangemerkt als op de zaak betrekking hebbende stukken. Verder moest de RC beslissen op het beroep van de inspecteur op artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht, dat alleen de Rechtbank van die stukken kennis mocht nemen. De RC van Rechtbank Haarlem besliste dat uitsluitend de twee prints waarop de namen van X en Y stonden tot de gedingstukken behoorden. De duizenden andere prints waarover de FIOD beschikte, behoorden volgens de RC niet tot de op de zaak van X en Y betrekking hebbende stukken. De RC vond een beperkte kennisname van de stukken gerechtvaardigd, omdat het verlenen van inzage van alle stukken aan X en Y een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de derden zou vormen. De RC verwierp de stelling van X en Y dat zij een belang bij integrale kennisname hadden, zodat zij andere personen op de prints konden benaderen om te onderzoeken of de lijst fouten bevatte en van die anderen verklaringen te vragen over hun betrokkenheid bij bankrekeningen bij de KB Lux. Die belangen wogen volgens de RC onvoldoende op tegen het belang van anderen bij geheimhouding van de (mogelijk) op hen betrekking hebbende gegevens op de prints. De RC verwees de zaak naar de meervoudige kamer voor een verdere behandeling.

Rechtbank Haarlem 12-2-2009, nr. 07/616 (Fida 20090911)